Onbegrensd onderzocht: met welke cultuurverschillen moet je rekening houden als internationale starter?

Tekst: Jamy Sprenkels
Leestijd: 10 minuten
Luistertijd: 6 minuten
Infographic: Infogram, Jamy Sprenkels
Foto: Pixabay, Geralt

Voor de coronacrisis waren er Nederlandse starters die naar het buitenland vertrokken om te wonen en te werken. Tijdens het hoogtepunt van de crisis lag alles stil, zaten we vast in eigen land. Ondertussen gaan de grenzen langzaam weer open en kunnen we er weer aan denken om internationaal te gaan. Maar waar moet je nu rekening mee houden als starter? Waar ga je tegenaanlopen? Wie kan je helpen en hoe moet je omgaan met je Nederlandse gedachtegang, die je zo gewend bent?

Een begin maken in het buitenland kan lastig zijn, maar je staat er niet alleen voor. De Nederlandse overheid heeft een aparte afdeling die hierbij kan helpen: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Birgit Oosterhuis (50) werkt al ruim vijf jaar voor het RVO met als thema ‘internationaal ondernemen’.

RVO is een overheidsorganisatie die ondernemers en starters ondersteunt als ze internationaal willen gaan ondernemen. Dat is niet alleen omdat mensen zoals Oosterhuis het leuk vinden om te doen, maar ook omdat Nederland de inkomsten vooral van de export moet hebben; namelijk 34 procent van het bbp. Birgit heeft zelf jarenlang in het buitenland gewoond met haar ouders en koos daarom voor een internationale baan. Sinds twee jaar werkt ze als persvoorlichter bij RVO maar daarvoor stond ze op de communicatieafdeling als adviseur. “Wij Nederlanders hebben de neiging om nogal direct te zijn en geen blad voor de mond te nemen. Dat onderscheidt ons, maar het kan ook wel eens problemen opleveren.”

Beluister hier het interview met Birgit:

De app van de RVO is NL Exporteert en is gratis te downloaden via de link

Het is niet alleen van belang dat je de cultuurverschillen kent, maar ook dat je een persoonlijk netwerk hebt. In veel landen verandert het werkveld door de digitalisering. Susan Segar (55) is sinds 1997 journaliste in Kaapstad. Ze werkte jarenlang voor het parlement van Nelson Mandela en de Zuid-Afrikaanse overheid, nu is ze freelance journalist.

“Zuid-Afrika is een multicultureel land, vol met verschillende ideeën. We hebben elf verschillende talen dus het land is levendig, maar er zijn ook veel conflicten. Op dit moment is het moeilijk om een baan te vinden in de journalistiek doordat de media in Kaapstad enorm verandert. De printmedia is aan het instorten en alles is nu online. Het nieuws komt meteen online en vaak komen de langere verhalen niet meer echt aan bod. De hele startercultuur verandert.”

Hoe is het dan om als Nederlander in hele andere culturen te werken? Marianne Winter (46) is vertaler en heeft ruim 23 jaar in verschillende landen over de hele wereld gewoond en gewerkt. Ondertussen woont ze alweer twee jaar in Nederland. Na haar studie Engels vertrok ze met haar man naar Bolivia, waar ze veel verschillende culturen, problemen en inzichten tegenkwam.

Als je in een ander land gaat werken of een bedrijf opricht met je Nederlandse achtergrond en je Nederlandse hoofd, dat kan je niet zomaar uitzetten. Je hebt een heel kader waarin je hebt geleefd en waarin je bent opgegroeid. Je kan je gewoon niet voorstellen dat het écht zo anders is. Als jij hoort dat iemand arts is, heb je daar een soort voorstelling bij. In Bolivia heb ik geleerd dat een arts best iemand kan zijn die zijn diploma heeft gekocht of een witte jas heeft aangeschaft en zegt dat ie arts is. Je hele belevingswereld kan wel eens helemaal niet kloppen. Dat vind ik zelf ook heel erg interessant, al waren deze inzichten in Bolivia vaak best negatief. Er waren natuurlijk ook zeker dingen die daar anders waren, waar ik hier nog wat van kon leren. Soms maakt dat alles het ook echt wel heel frustrerend, zoals beginnen met werken met mensen of het lesgeven.

Docent in Bolivia

Ik had het druk met vertalen, maar daarin vereenzaam je heel erg. Daarom volgde ik daar Spaanse les, ik speelde wat muziek en ik deed een cursus pedagogiek en didaktiek. In Bolivia was een enorm gebrek aan opgeleide docenten. Daardoor werd ik, als amateur, aangenomen als docent voor viool en pianoles op een soort kinderconservatorium. Dat bleef ik doen naast het vertalen en ik gaf Engels aan de universiteit in Cochabamba, in het vak economie. Dat was een hele andere wereld, wanneer als je ergens begint met werken. Wat voor werk dan ook, al is het vrijwilligerswerk of een bedrijfje. Als je in een derdewereldland begint, dan werkt alles wel heel erg anders. Dan heb je te maken met heel veel ongeschoolde mensen, heel weinig algemene kennis en amper kennis van andere talen. Dus toen ik bijvoorbeeld een lespakket moest samenstellen voor de docenten economie had ik niet ingezien dat het insteekniveau vólledig anders zou liggen dan in Nederland.

Een Nederlander die economie studeert heeft meestal wel een havo/vwo-opleiding of spreekt in elk geval basis Engels. En als je op de universiteit speciaal economisch Engels leert zal het nog wel specifieker zijn, maar de basis is er. Daar heb ik me dus helemaal op verkeken. Ik had de eerste cursus ontwikkeld, speciaal voor economen want dat was de opdracht, maar omdat ik dus zo’n Nederlands hoofd had realiseerde ik me niet dat die mensen dus echt geen woord Engels spraken. Ik gaf als eerste opdracht: schrijf even iets over jezelf. Dat zei ik in het Spaans want dat leek me makkelijker. ‘Doe gewoon je best voor het Engels en schrijf iets over jezelf.’ Toen schreef dus de decaan van de economische faculteit: ‘My name Hérnan, and I like milk in the breakfast.’ Dat soort dingen. Dan moest ik beginnen met de uitleg van het werkwoord ‘zijn’, heel basaal. Dat was toch even wennen.

Denk niet dat je het beter weet

Na Bolivia volgde nog vijf jaar op Curaçao en tien jaar in Zuid-Afrika. Een van mijn tips voor starten in het buitenland, is dus écht ten eerste: leer de taal. Ten tweede: leer over de cultuur, en ten derde: probeer dat Nederlandse hoofd uit te zetten. Het is niet persé beter wat we hier doen, het is anders. Zolang je dat niet kunt, zolang je denkt ‘wij hebben toch een economie die werkt, dit is een derdewereldland en ik kom hier hulp bieden. Ik ga laten zien hoe het beter kan’, ga je gewoon problemen krijgen. Ik denk dat iemand die in het buitenland wil gaan werken echt moet openstaan voor het feit dat dingen anders kunnen. En dat dingen ook anders zullen gaan. Wat mij betreft ook vervelend en onlogisch. Je moet er aan wennen en op voorbereid zijn. Als je karakter zo vast zit dat je je niet kan aanpassen, dat je denkt dat je alle wijsheid in pacht hebt, dan kun je daar nog wel eens heel bedrogen uitkomen en een hele nare tijd krijgen. Dingen gaan niet zoals jij ze verwacht, of zoals jij ze wil, of zoals jij denkt dat ze beter zijn. Het is ontzettend belangrijk om dat te onthouden.

Geluk bij een ongeluk, en andersom

Van dat soort dingen heb ik zelf talloze voorbeelden en verhalen, bijvoorbeeld hoe dingen af en toe op Curaçao geregeld werden of waren. Hoe lastig ik het daar af en toe had met mijn eigen Nederlandse hoofd. Het heeft me jaren gekost om te zien dat mensen het nou eenmaal niet zo doen. Ik kan wel zeggen ‘de les begint om 12:00 uur. 12:00 uur is 12:00 uur en niet 12:30.’ Maar als dat niet in de volksaard zit, dan kun je hoog en laag springen, maar dan geeft het alleen maar wrevel. Wat ik wel moet zeggen, is dat het voor mij een geweldige kans was.

Ik mocht werken in landen waar mensen wat minder de keus hadden uit hoogopgeleid personeel. Landen die niet zo stug zijn als Nederland met regeltjes en exact het juiste papiertje. Landen waar persoonlijkheid, het voordeel van de twijfel en levenservaring zwaarder tellen. Ik kon dus zonder lerarenopleiding toch lesgeven, dat had anders niet gekund. Dat is waar ik nu in Nederland weer tegen aanloop. Ik heb jarenlang lesgegeven aan de universiteit in Curaçao maar ik ben hier niet bevoegd. Ik had geen officiële Nederlandse lerarenopleiding, maar wel een diploma voor docent Duits als vreemde taal. Het diploma heb ik op afstand via het Goethe Institut bij de universiteit van Kassel gehaald gedurende die jaren in Boliva. Daar in Curaçao was het geen probleem, vanwege mijn ervaring en andere cursussen. Nu in Nederland kan ik niet zomaar lesgeven op een hogeschool of zelfs middelbare school.”

Conclusie
Zo zijn er dus allerlei (zakelijke) cultuurverschillen om rekening mee te houden wanneer je gaat starten in het buitenland. Ieder land is anders. Van werkveld tot de mentaliteit van je collega’s en/of zakenpartners. Ga niet uit van een negen tot vijf-mentaliteit. Wat belangrijk is om te onthouden, is dat je er niet alleen voor staat. Verdiep je in het land en in wat je gaat doen, zoek connecties en leer van de lokale cultuur. De mogelijkheden zijn eindeloos.

Bronnen infographic:
Kamer van Koophandel (KVK)
Business Insider
Saskia Maarse
Viking

Spread the love

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *