Onbegrensd onderzocht: De habbekrats; hoe houdbaar is de fast-fashion industrie nog anno 2020?

Tekst: Lieke Mooren
Leestijd: 6 minuten
Foto: Michel jarmoluk via Pixabay

De habbekrats, oftewel een schijntje, een kleinigheidje of bijna voor niets. Hoe je het ook wilt noemen, veel voor weinig staat centraal in onze manier van het kopen van kleding. Het liefst kopen we in de sale en wisselen we ieder seizoen van garderobe. Maar is onze manier van consumeren nog lang houdbaar voor mens en natuur? Redacteur Lieke zorgt het voor je uit.

Het is 24 april 2013 even na 9.

Een paar minuten geleden was het leven in Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh nog zoals iedere woensdagochtend. Maar inmiddels zijn de straten veranderd in een ogenschijnlijk oorlogsgebied. Brokstukken van het achtverdiepingenhoge Rana Plaza met daaronder duizenden lichamen vullen de straten. Hulptroepen banen een weg door het puin op zoek naar een sprankje hoop, maar vaak tevergeefs. De straten zijn bezaaid met kledingstukken die als bestemming de Westerse kledingwinkels hadden, maar nu ze zijn doordrenkt met bloed.

Het is de grootste ramp in de geschiedenis van de kledingindustrie, de ineenstorting van de Bengaalse kledingfabriek zorgt ervoor dat meer dan 1100 mensen het leven laten en 2500 mensen gewond raken. De ravage is enorm en de cijfers schokkend. Labeltjes met merknamen zoals Inditex (Zara, Bershka, Pull & Bear), Mango en Primark zijn te vinden onder het puin en voor even wordt de wereld wakker geschud. Consumenten vragen zich af hoe dit heeft kunnen gebeuren, zelfs nadat arbeiders hadden aangekaart dat de scheuren in de muren van het gebouw niet erg geruststellend waren.

Deze ramp is inmiddels zeven jaar geleden en heeft veel stof doen opwaaien, maar hoe staat het er nu voor in de kledingindustrie? Hebben de kledingarbeiders meer bescherming en rechten gekregen of is er anno 2020 niet veel veranderd?

Wat gebeurde er na 24 april 2013?

Het Bangladesh akkoord dat opgesteld werd vanuit de Schone Kleren Campagne werd door veel merken ondertekend. Sterker nog, het kwam in een stroomversnelling. Binnen een maand hadden H&M en Inditex het akkoord ondertekend en snel daarna volgden Primark, Tesco en C&A. Inmiddels hebben 220 kledingmerken hun handtekening staan onder het juridisch bindende akkoord dat voor betere werkomstandigheden staat.

De industrie is flink op de schop genomen, zo is ook te lezen in een artikel dat Emy Demkes schreef voor De Correspondent. Zo zijn er ingenieurs opgeleid, zijn er onafhankelijke inspectiediensten opgezet, zijn er naar aanleiding van inspecties fabrieken gesloten, zijn er instructies wat te doen bij brand en zijn er zelfs fabrieken op de ‘zwarte lijst’ beland.

OokMarit Maij, Managing Director bij CNV Internationaal en oud PvdA-Kamerlid, vertelt dat er veel is gebeurd sinds 2013. “Er zijn samenwerkingen opgezet om internationaal verantwoord ondernemen te bevorderen tussen de overheid, de kledingbranche, NGO’s, vakbonden en externe partijen. Het ecologische en sociale aspect van zaken doen zijn hierin leidend. Wij als vakbond kijken naar het sociale aspect en houden ons dus ook vooral bezig met eerlijke en verantwoorde werkomstandigheden.”

CNV en de SER hebben ook een convenant opgesteld waar inmiddels vijftig procent van de Nederlandse retailers hun handtekening onder heeft geplaatst. Het is volgens Maij een begin om de sector transparanter te maken en te controleren hoe het er nu eigenlijk aan toe gaat in de fabrieken. Inmiddels zijn er dus al heel wat stappen gemaakt.

Maar we zijn er nog niet. Controles zijn nog lastig en keurmerken zijn nog amper te vinden in kledingwinkels. “Steeds meer retailers zijn zich bewust van de vraag om transparantie en dat bieden de meeste ook aan op hun website”, vertelt Maij. “De echte geïnteresseerde consument kan dus op veel websites van kledingmerken heel wat informatie vinden.” Maar hoe het dus precies in elkaar steekt, is nog altijd een redelijk grijs gebied.

We kunnen dus stellen dat het een stuk beter en veiliger geregeld is in de kledingbranche dan hoe het er vóór 24 april 2013 voorstond. Toch blijken de arbeiders ten tijden van de coronacrisis nog altijd dezelfde afhankelijke en kwetsbare positie te hebben in de productieketen. In het artikel over het effect van de coronacrisis op de kledingindustrie schreef ik al over de fabrieken die massaal hun orders cancelen, waardoor de medewerkers op straat kwamen te staan. Miljoenen arbeiders in productielanden zoals India, Bangladesh en Myanmar verloren door de plotselinge annulering van orders van de een op de andere dag hun baan.

Maij vertelt dat deze bedrijven draaien op ‘fast-fashion’ en ‘just in time’, waardoor enorm veel orders plotseling niet meer nodig waren. “Het is erg onfatsoenlijk dat die grote bedrijven deze orders gewoon cancelden” stelt Maij. “Deze hadden ze namelijk zelf bij de fabrieken neergelegd, waarna ze gewoon weigerden om te betalen. Deze werknemers komen dan plotseling op straat te staan, zonder spaarpotje of steun van de overheid.”

De toekomst van ondernemen is duurzaam

Wat de coronacrisis nu laat zien, is dat de eerlijke duurzame bedrijven blijven staan. Volgens Maij vallen er veel ketens om die veel te weinig betalen voor elk volgend stapje. “Het is belangrijk om als bedrijf te kijken naar de duurzaamheid van de keten en te bepalen of het goed functioneert.” Een eerlijke prijs en transparantie biedt dus niet alleen een duurzaam en eerlijk merk, maar ook een economisch duurzaam bedrijf. “Business as usual kan gewoon niet meer”, aldus Maij.

Tash Keren, oprichtster van The Plant Pill, is het hier mee eens en heeft haar platform opgericht om bedrijven te informeren en te helpen bij het creëren van een duurzame onderneming. Via haar podcast inspireert ze consumenten en producenten met verhalen over duurzame keuzes en ondernemen. “Ik denk dat in de toekomst het nieuwe normaal duurzaam en eerlijk consumeren is. Mensen zien steeds meer in dat ze hun stem kunnen laten horen door waar ze hun euro’s aan uitgeven. Er is steeds meer educatie over duurzaamheid en ook bedrijven laten steeds meer zien dat ze niet alleen geven om hun winst, maar ook om iets bij te dragen aan de wereld”, vertelt de onderneemster.  

Het nieuwe normaal wordt volgens haar een duurzame economie. Ze ziet het coronavirus en zelfs de black lives matter-protesten als een beginpunt van het creëren van bewustzijn bij mensen. Mensen worden volgens haar niet alleen bewuster over hoe ze met de aarde om moeten gaan, maar ook met elkaar en dat geeft haar hoop. “Als de Zara en H&M’s van deze wereld niet begrijpen dat ze langzaamaan mee moeten in deze beweging, dan zullen ze in de toekomst niet lang meer bestaan.”

Hoe kunnen jij en ik ons steentje bijdragen?

Volgens Keren zul je het als consument en mens nooit honderd procent goed doen. “Ik probeer op mijn platform ook vooral te laten zien dat bewustwording stap nummer één is en dat je het vooral niet perfect hoeft te doen.” Maar hoe je dan wel je steentje kunt bijdragen aan een eerlijke kledingbranche, is volgens de Schone Kleren Campagne door je stem te laten horen. “Wij geloven vooral in het aanspreken van merken op wat zij doen, bijvoorbeeld via sociale media of door petities en campagnes te steunen. Dat helpt- denken wij-nog meer dan selectief kopen alleen”, stelt Wyger Wentholt, de woordvoerder van de organisatie.

Volgens de woordvoerder is vintage en tweedehands kopen het meest duurzaam. In het boycotten van bedrijven gelooft het bedrijf niet zozeer, maar juist in het actief aanspreken van merken op hun gedrag via sociale media kanalen en door campagnes te steunen.

Wil jij nog meer praktische tips over hoe je een eerlijke en groene kledingkast krijgt? Lees dan dit artikel.

Spread the love

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *