Merel Reckman (43) zit door corona vast in Albanië: van nachtmerrie naar niet meer weg willen

Tekst: Cindy Goosen
Leestijd: 9 minuten
Foto: Merel Reckman

De verhalen van Nederlanders die door corona vastzitten in het buitenland en wanhopig terug naar huis willen zijn de afgelopen twee maanden veel in het nieuws geweest. Maar tussen alle ellende door is het verhaal van Merel Reckman (43) uit Woudsend een bijzondere. Zij vond, terwijl ze vast kwam te zitten in het Albanese dorpje Fishtë, een tweede familie waar ze geen afscheid meer van wil nemen. 

Het leven van Reckman en haar man staat volledig op z’n kop sinds ze haar verhaal met de Nederlandse en Albanese media heeft gedeeld. Ineens staat ze vol in de aandacht. Dat blijkt al wel meteen bij ons eerste telefoongesprek. “Zouden we het een uurtje uit kunnen stellen?,” zegt ze aan de telefoon.“We zijn net spontaan uitgenodigd om wat te gaan eten. We worden erg geleefd op dit moment!” 

Gekkenhuis
Na een uurtje spreken we elkaar weer. Samen met haar man loopt ze door het dorp, op de achtergrond zijn auto’s en vrachtwagens te horen die hard langs razen. Af en toe onderbreekt ze ons telefoongesprek om een bekende te begroeten. “Het is echt een gekkenhuis hier sinds ik ons verhaal naar buiten heb gebracht,” vertelt ze lachend. “We waren in Albanië al een keer benaderd voor een interview en daarna kwam ook de Nederlandse media. Omdat mensen interesse hadden in mijn verhaal besloot ik het naar buiten te brengen.” Ze wilde het graag aan iemand overlaten die er een positief en inspirerend verhaal van kon maken, want ellende rond het coronavirus hebben we nu wel genoeg gehoord. “Toevallig heb ik in de klas gezeten bij Jelle Brandt Corstius die zelf ook veel reisverslagen heeft geschreven. Hij verwees mij door naar een journalist van het AD en zo ging het balletje rollen!”

Lockdown
Merel en haar man waren net op de weg terug naar huis met hun camper na een maandenlange rondreis toen de lockdown in Albanië inging. Ze bevonden zich in een klein dorpje waar ze snel nog een paar cadeautjes wilden kopen voor familieleden. “Het gebeurde vrij abrupt”, aldus Reckman. “Op een bepaald moment belde de ambassade ons en vertelde ze dat de volgende dag de laatste vlucht terug naar Nederland was.” De situatie was voor hen op dat moment niet te overzien. “Onze eerste reactie was: Oké, we moeten meteen naar huis. Maar al snel daarna kwam de gedachte: maar wat is er thuis? Mijn B&B en snoepwinkel zijn dicht. We kunnen niets daar. Daar kwam bij dat we niet zomaar onze camper met al onze spullen achter konden laten. Dat zouden we dan zo weggooien.”

Ze besloten dus in het kleine dorp te blijven. Niet wetende dat ze daar een tweede thuis zouden vinden. “In het begin was het zeker niet makkelijk,” legt ze uit. “Dat zat hem vooral in de onzekerheid. Onzekerheid over ons leven in Nederland, maar ook over ons leven hier in Albanië. We wisten niet hoe de komende weken eruit zouden gaan zien en bij wie we terecht zouden komen.” Maar bij dat laatste verdween de angst en de onzekerheid al snel. Ze besloten in het dorpje terug te gaan naar een familiebedrijf met restaurant waar ze op de heenweg ook al gegeten hadden. “Ze herkenden ons gelukkig nog en verwelkomden ons echt heel hartelijk. Ze hebben een enorm bedrijf dat onder andere bestaat uit een restaurant en een hotel. En daarbij ook nog een grote boerderij.” Er werd al snel aan Merel en haar man verteld dat ze niets voor hun verblijf hoefden te betalen en zolang mochten blijven als nodig was. “Dat was echt fantastisch. We wilden ze graag betalen om ook hen door de moeilijke tijd heen te slepen, maar dat wilden ze niet. Ze verwachtten er niets voor terug.”

Foto: Merel Reckman. De caravan van Merel en haar man op de altijd volle parkeerplaats.
Foto: Merel Reckman. De caravan van Merel en haar man op de normaal altijd volle parkeerplaats.

Gastvrijheid
Volgens Reckman wordt er in de westerse wereld vaak met een negatieve klank over Albanië gesproken. Dat zou dan vooral op de corrupte politiek betrokken moeten worden, vindt ze, absoluut niet op de mensen. “Albaniërs zijn ongelofelijk gastvrij. Ze laten je zo hun huis binnen om mee te eten. Dan is de tafel als het ware al meteen gedekt. Dat is misschien wel het grootste culturele verschil met Nederland en de westerse wereld in het algemeen. Daar geldt toch een beetje ieder voor zich. Hier is daar absoluut geen sprake van.”

Hetzelfde geldt voor de fantastische familie met wie ze de afgelopen maanden hebben doorgebracht, die het ook moeilijk hebben door de coronacrisis. “Hun onderneming gaat door een zware tijd, maar desalniettemin staan ze op met een glimlach. Als het ware met de wallen nog onder hun ogen.” Toen Reckman in het begin van hun verblijf door de hele situatie bang en verdrietig was, bleven ze zich om haar bekommeren. “Wanneer ik alleen op mijn kamer zat en me down voelde, werd er altijd gevraagd waar ik was en of het wel goed met me ging. Ze probeerden me te allen tijde op te beuren.” 

Ondanks de taalbarrière lukte dat opbeuren heel goed. De mensen in het dorp spreken geen woord Nederlands of Engels, maar dat hoeft geen probleem te zijn. Ze communiceren voornamelijk met gebaren en Google Translate. Al is dat laatste ook geen ideale oplossing. “De Albanese taal is heel poëtisch en nog niet heel goed ontwikkeld in Google Translate”, legt ze uit. “We proberen het dus zo simpel mogelijk te houden. En dat gaat prima hoor.” En ook het maken van grappen is mogelijk. “Je hoeft elkaar niet per se te verstaan om elkaar aan het lachen te maken. Je kan het ook aan iemands houding en gedrag zien, en dat is juist zo mooi.” 

Iets terugdoen
Terwijl ze in het dorp vastzitten proberen ze ook wat terug te doen voor de mensen daar. De kleine ondernemingen financieel een hand toereiken bijvoorbeeld. “Zo winkelen we niet in de supermarkt, maar gaan we altijd naar de lokale groentestallen,” vertelt ze. “We proberen zo de ondernemers die het zwaar hebben te helpen.”

Foto: Merel Reckman. Merel samen met Altin Prenga, een van de eigenaren van het bedrijf.

En ook de familie bij wie ze verblijven proberen ze een handje te helpen. “Waar het kan helpen we mee met bijvoorbeeld mais hakselen, de stallen schoonmaken en de ganzen laten grazen. Van alles eigenlijk. En ze vinden het ontzettend fijn dat we dat willen doen.” 

Blijf positief!
Maar het onvermijdelijke afscheid zit er natuurlijk ook aan te komen. Uiteindelijk moeten Reckman en haar man weer terug naar Nederland om haar ondernemingen weer op te starten. Iets waar ze al druk mee bezig zijn. “Overal in Europa worden de maatregelen versoepeld en gaan de grenzen weer open, dus we verwachten half juni weer naar huis te komen,” vertelt ze. Het is voor hen wel even puzzelen op de kaart welke route ze het beste kunnen nemen, want ze willen niets overhaast doen. “We willen niet weer ergens vast komen te staan, want dan is het nog maar de vraag of we weer zo goed terechtkomen als nu. Het zal wel weer even wennen zijn in Nederland. We zijn hard aan het nadenken over een formule hoe we het beste de snoepwinkel en de B&B weer kunnen laten draaien.”

Zowel Reckman als haar nieuwe vrienden kijken niet uit naar het afscheid. Ze zijn door corona in een korte, intensieve tijd heel hecht geworden en hebben veel emoties en gevoelens gedeeld. Daarnaast heeft ze ook dingen over zichzelf ontdekt. ‘We zijn behoorlijk uit onze comfortzone gegaan door hier te blijven en niet terug naar huis te gaan. Dat was in het begin heel eng. Ik ben me door heel deze situatie gaan beseffen dat ik meer aankan dan ik zelf denk. Als je in een situatie terechtkomt waar je niet bekend mee bent kunnen er hele mooie dingen ontstaan.” Dat is ook vooral wat ze met haar verhaal wil overbrengen: probeer uit elke situatie iets positiefs te halen!

Foto: Merel Reckman. Een ‘Rakimomentje’ samen met Arben Koleci, werknemer op de boerderij.

Spread the love

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *