Een Nederlands hoofd kan moeilijk zijn in het buitenland

Tekst: Jamy Sprenkels
Leestijd: 5 minuten
Foto: Marianne Winter

Marianne Winter (46) is vertaler en heeft ruim 23 jaar in verschillende landen over de hele wereld gewoond en gewerkt. Ondertussen woont ze alweer twee jaar in Nederland. Na haar studie Engels vertrok ze met haar man naar Bolivia; waar ze veel verschillende culturen, problemen en inzichten tegenkwam.

“Het begon zo: mijn toenmalige vriend, die nu dus mijn man is, werd uitgezonden door Dienst Ontwikkelingssamenwerking. Hij werd naar een project in Bolivia gestuurd en ik ben gewoon met hem meegegaan. We hebben zeven jaar in Bolivia gewoond en in de tussentijd heb ik daar een vertaalbedrijf opgezet. Hij is uiteindelijk gestopt met ontwikkelingswerk, omdat hij niet terug wilde naar dezelfde functie op kantoor in Amsterdam. Heeft hij ook geprobeerd om zijn eigen bedrijfje op te zetten, een softwarebedrijfje gericht op Argentinië. Dat bleek lastig omdat het land plotseling werd getroffen door een zware economische crisis. Ik bleef vertalen. Uiteindelijk is het met dat softwarebedrijfje allemaal niet gelukt en heeft hij zich als polyglot (lees: iemand met een hoge kennisgraad in meerdere talen) bij mijn vertaalbureau gevoegd. Hij is Engelstalig en had veel ervaring met teksten vertalen en redigeren. Zo zijn we samen verdergegaan met het bureau.

Nederlands hoofd

Als je in een ander land gaat werken of een bedrijf opricht met je Nederlandse achtergrond, je Nederlandse hoofd, dat kan je niet zomaar uitzetten. Je hebt een heel kader waarin je hebt geleefd, waarin je bent opgegroeid en je kan je gewoon niet voorstellen dat het écht zo anders is. Als jij hoort dat iemand arts is, heb je daar een soort voorstelling bij. Terwijl ik in Bolivia heb geleerd dat een arts best iemand kan zijn die zijn diploma heeft gekocht of een witte jas heeft aangeschaft en zegt dat ie arts is. Je hele belevingswereld kan wel eens helemaal niet kloppen. Dat vind ik zelf ook heel erg interessant. Al waren deze inzichten in Bolivia vaak best negatief. Er waren natuurlijk ook zeker dingen die daar anders waren, waar ik hier nog wat van kon leren. Soms maakt dat alles het ook echt wel heel frustrerend. Zoals beginnen met werken met mensen of het lesgeven.

Docent in Bolivia

Ik had het druk met vertalen, maar daarin vereenzaam je heel erg. Dus ik volgde daar Spaanse les, ik speelde wat muziek en ik deed een cursus pedagogiek en didaktiek. In Bolivia was een enorm gebrek aan opgeleide docenten. Daardoor werd ik, als amateur, aangenomen als docent voor viool en pianoles op een soort kinderconservatorium. Dat bleef ik doen naast het vertalen en ik gaf Engels aan de universiteit in Cochabamba, in het vak economie. Dat was een hele andere wereld als je ergens begint met werken. Wat voor werk dan ook, al is het vrijwilligerswerk of een bedrijfje. Als je in een derdewereldland begint, dan werkt alles wel heel erg anders. Dan heb je te maken met heel veel ongeschoolde mensen, heel weinig algemene kennis en amper kennis van andere talen. Dus bijvoorbeeld toen ik een lespakket moest samenstellen voor de docenten economie had ik niet ingezien dat het insteekniveau vólledig anders ligt dan in Nederland.

Een Nederlander die economie studeert heeft meestal wel een havo/vwo-opleiding. Of spreekt in elk geval een basis Engels. En als je op de universiteit speciaal economisch Engels leert zal het nog wel specifieker zijn, maar de basis is er. Daar heb ik me dus helemaal op verkeken. Ik had de eerste cursus ontwikkeld, speciaal voor economen want dat was de opdracht, maar omdat ik dus zo’n Nederlands hoofd had realiseerde ik me niet dat die mensen dus echt geen woord Engels spraken. Ik gaf als eerste opdracht: schrijf even iets over jezelf. Dat zei ik in het Spaans want dat leek me makkelijker. ‘Doe gewoon je best voor het Engels en schrijf iets over jezelf.’ Toen schreef dus de decaan van de economische faculteit: ‘My name Hérnan, and I like milk in the breakfast.’ Dat soort dingen. Dan moest ik beginnen met de uitleg van het werkwoord ‘zijn’, heel basaal. Dat was toch even wennen.

Denk niet dat je het beter weet

Na Bolivia volgde nog vijf jaar op Curaçao en tien jaar in Zuid-Afrika. Een van mijn tips voor starten in het buitenland, is dus écht ten eerste: leer de taal. Ten tweede: leer over de cultuur, en ten derde: probeer dat Nederlandse hoofd uit te zetten. Het is niet persé beter wat we hier doen, het is anders. Zolang je dat niet kunt, zolang je denkt ‘wij hebben toch een economie die werkt, dit is een derdewereldland en ik kom hier hulp bieden. Ik ga laten zien hoe het beter kan’, dan ga je gewoon problemen krijgen. Dus ik denk dat iemand die in het buitenland wil gaan werken, diegene echt moet openstaan voor het feit dat dingen anders kunnen. En dat dingen ook anders zullen gaan. Wat mij betreft ook zo vervelend en onlogisch, dat je eraan went of dat je er op voorbereidt bent. Als je karakter zo vast zit dat je je niet kan aanpassen, dat je denkt dat je alle wijsheid in pacht hebt, dan kun je daar nog wel eens heel bedrogen uitkomen. Zo kun je een hele nare tijd krijgen. Dingen gaan niet zoals jij ze verwacht, of zoals jij ze wil, of zoals jij denkt dat ze beter zijn. Het is ontzettend belangrijk om dat te onthouden.

Geluk bij een ongeluk, en andersom

Van dat soort dingen heb ik zelf talloze voorbeelden en verhalen, bijvoorbeeld hoe dingen af en toe op Curaçao geregeld werden of waren. Hoe lastig ik het daar af en toe had met mijn eigen Nederlandse hoofd. Het heeft me jaren gekost om te zien dat mensen het nou eenmaal niet zo doen. Ik kan wel zeggen ‘de les begint om 12:00 uur. 12:00 uur is 12:00 uur en niet 12:30.’ Maar als dat niet in de volksaard zit, dan kun je hoog en laag springen maar dan geeft het alleen maar wrevel. Wat ik wel moet zeggen, is dat het voor mij een geweldige kans was.

Ik mocht werken in landen waar mensen wat minder de keus hadden uit hoogopgeleid personeel. Landen die niet zo stug zijn als Nederland met regeltjes en exact het juiste papiertje. Landen waar persoonlijkheid, het voordeel van de twijfel en levenservaring zwaarder tellen. Ik kon dus zonder lerarenopleiding toch lesgeven, dat had anders niet gekund. Dat is waar ik nu in Nederland weer tegen aanloop. Ik heb jarenlang lesgegeven aan de universiteit in Curaçao maar ik ben hier niet bevoegd. Ik had geen officiële Nederlandse lerarenopleiding, maar wel een diploma voor docent Duits als vreemde taal. Het diploma heb ik op afstand via het Goethe Institut bij de universiteit van Kassel gehaald gedurende die jaren in Boliva. Daar in Curaçao was het geen probleem, vanwege mijn ervaring en andere cursussen. Nu in Nederland kan ik niet zomaar lesgeven op een hogeschool of zelfs middelbare school.”

Spread the love

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *