De digitalisering van de kunstsector zit door corona in een stroomversnelling

Tekst: Cindy Goosen
Leestijd: 5 minuten
Foto: 5187396 via Pixabay

Crisistijd zorgt voor veel nadelige situaties, dat is duidelijk. Maar het is tegelijkertijd ook een moment waarin gekeken kan worden naar verandering en innovatie. Dat is in de kunstsector niet anders. De coronacrisis heeft meer ruimte gemaakt voor een ontwikkeling die al een aantal jaar aan de gang is: de digitalisering van de kunstsector. 

Waar galerijen en musea door het coronavirus rekening moeten houden met de maatregelen die zijn ingesteld, zijn de mogelijkheden online eindeloos. Geen hygiënemaatregelen en geen beperking van het aantal mensen dat je toe mag laten. Alle wegen zijn vrij op het internet en dat maakt het voor kunstenaars en galerijhouders een heel aantrekkelijk alternatief. The Art Newspaper meldde eind mei dat Artlogic een enorme stijging ziet in aanvragen. Artlogic bouwt interactieve websites voor kunstenaars, galerijen en beurzen en maar liefst 100 galerijen wereldwijd hebben zich de zes weken daarvoor aangemeld. Behoefte is er dus genoeg. 

The Ballroom Project #2
Een perfect voorbeeld hiervan is het Belgische Ballroom Project. Het is een initiatief van galerijhouders Bart Vanderbiesen van Base-Alpha Gallery en Ida Wollens van DMW Gallery, in samenwerking met nog zes andere Belgische galerijen. Afgelopen jaar was de eerste succesvolle editie van het Ballroom Project. Kunstwerken van elf Belgische en Nederlandse galerijen werden toen vertoond in de iconische Pekfabriek in Antwerpen. 

Maar dit jaar hebben Vanderbiesen en Wollens het door de coronacrisis helemaal moeten omgooien. Aangezien het niet fysiek plaats kon vinden, zijn alle kunstwerken online gezet. En daarbij had het evenement dit jaar een ander doel: de jonge en opkomende kunstenaars ondersteunen. “De jonge kunstenaars zijn het grootste slachtoffer van deze crisis,” vertelt Wollens. “Een groot deel heeft geen werk en dus ook geen inkomen. Ze hebben nog geen naam voor zichzelf gemaakt en zichzelf nog niet bewezen. Wij willen hen dit jaar graag een platform aanbieden om hun werk te tonen en te verkopen.” Ondanks de grote aanpassingen is deze editie van het Ballroom Project volgens Wollens zelfs een groter succes dan afgelopen jaar. “We hebben grote bezoekersaantallen op de website en ook verkochten we al veel kunstwerken. Het is voor ons fantastisch om te zien dat het aanslaat bij de mensen.” En ook de kunstenaars zelf zijn er blij mee. “We hebben van hen hele dankbare reacties gekregen en daar ging het voor ons uiteindelijk ook om,” aldus Wollens.

Overlevingsmechanisme
Maar toch zijn de meningen over de snelle digitalisering van de kunstsector erg verdeeld. Waar de verschuiving naar online een goed alternatief kan zijn voor kunstenaars om hun werk te tonen en te verkopen steekt ook de vraag de kop op of de kunst zo wel echt tot zijn recht komt. Bob Haboldt, galerijhouder in Parijs, Amsterdam en New York, vindt van niet. Hij noemt het zelf een ‘overlevingsmechanisme’. “Ik vind het zelf vrij overdreven hoeveel er online gedaan wordt,” vertelt hij. “Ik zie het deels als een soort paniekreactie. Handelen uit panische angst voor de financiële gevolgen. Maar het is onvermijdelijk dat het die kant op zal moeten.” 

Volgens hem gaat dit de beleving kunst veranderen, maar Haboldt is wel van mening dat het voor jonge kunstenaars goed kan zijn. “Het doet toch af aan de kwaliteit, het is belangrijk om die fysieke relatie en het gevoel vast te houden. Maar voor de jongere generatie kunstenaars en handelaars is het ideaal. Online kan er heel veel aangeboden worden in een korte tijd. Je kan alles in een korte tijd zien en meteen een bieding uitbrengen. Het gaat allemaal gewoon veel sneller. Een beetje zoals een auto uitzoeken en kopen via internet.” 

Social klap
Wat niet vergeten mag worden is dat er ook een sociaal aspect aan kunst zit, dat is iets wat Thijs Lijster, universitair docent kunst- en cultuurfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen, graag wil benadrukken. Een sociaal aspect dat ook beïnvloed wordt door de digitalisering. “De kunstsector, met name musea en galerijen, maken onderdeel uit van de publieke sfeer,” constateert hij. “Het draait om fysieke ontmoetingen en het uitwisselen van waardes. Dat fysieke is juist van belang. Het gaat niet zozeer om de individuele ervaringen, maar om het delen en het publiek maken. Wat dit betreft zal de impact groot zijn op de cultuursector groot zijn. Mensen worden op zichzelf teruggeworpen achter de computer.” 

Hij vertelt dat de nieuwe technologieën zorgen voor een extra laag wat betreft de internationale kunsthandel. En dat een aantal kunstvormen het hierdoor moeilijker gaan krijgen. “Ik heb zelf gemerkt dat kunst met een interactief karakter, zoals de community art, de laatste tijd wel is toegenomen. De bezoeker bij de kunst betrekken en pushen om actief bij te dragen. Een conversatie hebben bijvoorbeeld met acteurs en een gesprek aangaan op die manier. Dat is allemaal kunst. En dat zal niet meer kunnen op de manier waarop we het kennen. Online is een het een stuk minder persoonlijk.” 

Maar net als Haboldt ziet hij er ook wel iets positiefs in, want ook de fysieke ervaring van kunst kan weleens te wensen overlaten. “Kijk maar naar schilderijen als de Mona Lisa, die je amper kunt zien door de grote menigte toeristen voor je neus. Dan is het inderdaad misschien wel beter om het thuis achter de computer te bekijken. Het geeft op een manier dan ook wel weer rust.”

Geïnteresseerd in kunst? Lees dan ook (Inter)nationale kunst in coronatijd

Spread the love

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *